De Teksten
   

Strandtent - Martine

De deur van de strandtent staat op een kier. Ze strompelt naar binnen. Het hele eind over het strand heeft ze gerend tot ze bijna niet meer kon. Nu is alle kracht uit haar benen verdwenen. Buiten adem sluit ze de deur en zakt langs de muur naar beneden. Dan pas kijkt ze om zich heen. Alleen het licht bij de bar is aan. Alle melk- en suikerpotten staan keurig in rij. De stoelen staan opgestapeld in de hoek. Alle asbakken zijn geleegd en op een dienblad op tafel gezet. Een leeg pakje Marlboro ligt op de grond. Er is niemand. Wel ruikt ze een geur van zilte zeelucht vermengt met bier en tabak. Haar lievelingsgeur. Ze voelt de tranen opkomen en knippert met haar ogen. Ze veegt het bloed dat langs haar lippen loopt met haar mouw weg. Ze heeft nog maar twee tanden over. "Dit komt vast niet meer goed." schiet er door haar hoofd. Ze wordt duizelig ...heel in de verte hoort ze iemand hoesten. Er klinkt een zacht gekreun en het lijkt net of er een bed kraakt. Het duurt even voor ze beseft dat er toch nog iemand aanwezig moet zijn in de strandtent. De deur was nog niet op slot gedaan. Ze roept. "Ben jij dat Har?"

De geluiden stoppen en even blijft het stil. Maar dan klinkt er gestommel. Er gaat een deur open. Er komt een man aangelopen. Het is Harry. Harry is de barman van de strandtent. Het is een man die in zichzelf gelooft. Alle vrouwen vinden hem stoer en lief tegelijk. En dat weet hij. Er zijn veel vrouwen die hun hart bij hem uitstorten. Hij weet ze allemaal, stuk voor stuk, het gevoel te geven dat hij ze heel speciaal vindt. En meestal komt dan de passie. Ze gaan helemaal los bij hem. Hij vindt het geweldig. Hij heeft het mooiste beroep van de wereld. Vaak loopt hij 's avonds, na afloop van de romantiek, in zijn eentje het water tegemoet. De donkere golven roepen hem. Ze verleiden hem zijn voeten nat te laten worden. En hij kan niet anders dan eraan toegeven. Hij moet wel. Hij geniet van de kracht van de zee. De zee neemt. En dat doet Harry ook. Zo veel hij kan.

Dan ziet hij haar zitten in de hoek naast de deur. Ze zit op de grond en staart voor zich uit. Hij vraagt haar wat ze komt doen. Ze zucht alleen maar. Hij kijkt haar onderzoekend aan en zegt: "wat zie je eruit, trouwens." Ze knikt en haar bovenlip begint te trillen. "Het hoeft niet meer stiekem vanaf nu, Har", het komt er zachtjes uit. Harry kijkt om zich heen en vraagt een beetje gerriteerd wat ze eigenlijk precies wil zeggen.

"Wim is weg," zegt ze. "Hij weet het van ons. Ik weet niet wie, maar iemand heeft hem alles verteld." Ze slist een beetje en tussen de woorden door klinkt een snik, die ze niet lang meer kan bedwingen. Ze wil dat hij haar in haar armen neemt, dat hij haar troost en zegt dat alles weer goed zal komen. Maar Harry draait zich om en loopt naar de bar. Hij grist de fles whisky van de plank en schenk een limonadeglas vol in. Met onhandige bewegingen zet hij de fles weer terug, waarbij hij een ander glas op de grond gooit. Hij stoot zijn voet tegen een tafeltje en vloekt binnensmonds. Hij loopt weer op haar af en geeft haar het glas. Ik moet even de scherven opruimen", mompelt hij. "Drink maar wat." De whisky snijdt in haar lippen, maar verdoofd evengoed. "Ik hoop dat je een goede tandarts hebt." zegt hij, tijdens het vegen. Het komt niet grappig over. Hij voelt de beklemmende woorden al van verre aankomen. Ze zucht nog een keer diep. Het klinkt nog moedelozer dan net. "Het hoeft niet meer stiekem, Har." Ze zegt het nu harder dan net. "We kunnen nu echt samen verder."

Harry zet de bezem tegen de muur. Hij kijkt door het raam naar buiten. Hij staart over het strand. Hij ziet de donkere golven. Hij weet dat ze hem roepen. Wat zou hij graag gaan. De ijskoude golven over zich heen laten spoelen. Het losse zand onder zijn voeten. De wind in zijn haren. Hij wil naar buiten rennen. Weg van de angst zich te moeten geven. Hij haalt diep adem en kijkt vol medelijden naar haar. "Meisje, ik vond je juist leuk, OMDAT het stiekem moest. Ik wil niet met je verder nu je vrij bent. Jij bent voor mij niet spannend meer."